Hoofdpersonen
Het malle ding van bobbistiek
Bobbie en Albert
Als je in huis hoort timmeren of ratelen of dreunen, hoef je je nooit af te vragen wat er gebeurt. Albert is dan bezig iets te maken: een schip of een radio of alleen maar een telefoonleiding naar Bobbies kamer. Maar in ieder geval: het maakt herrie.
Als je niets hoort, als het zo stil is dat je denkt dat er niemand thuis is, dan zit Bobbie boven te lezen. Je merkt niet dat hij er is en soms vergeet hij het zelf ook.
De Heksensteenserie
Oene is de hoofdpersoon in de Heksensteen, Het oerlanderboek, Het woekerkoraal, Het tijgeroog en Het neveneffect.
Oene wil best leren van mensen die ouder zijn dan hijzelf. Misschien zijn ze ook wel wijzer. Toch beslist hij zelf wat goed voor hem is.
Geen persoon, maar even belangrijk is de Steen. Hoe hij werkt, kun je lezen in De steen van de Pentapoden.
De heksensteen is te vergelijken met een accu. Er is niets bovennatuurlijks aan, we weten er alleen nog geen raad mee.Toen de electriciteit nog onbekend was, gingen immers ook al de haren van de kat overeind staan en knetterde de donder door de lucht. Maar niemand wist wat het was, laat staan dat we er wat mee konden doen. Zo is het nu nog met de kracht die in de heksensteen zit, maar als het fijne ervan ooit eens algemeen bekend zal zijn, wordt alle toverij zo simpel als het omdraaien van het knopje van het licht.
Hoofdpersoon in Het tijgeroog is een huis: De Stevelaar.
Overal hoor je geluiden de hele dag: kriek,kriek, de treden van de zoldertrap, toing, toing, de losse dakgoot, bosse, bosse, de houten vloer. Nu is het huis gewond geraakt. Moeten we het in de steek laten? Dat kun je niemand aandoen. Niet een mens, niet een paard of een boom of een kat en zelfs niet een stoel of een paar schoenen, laat staan een huis.
Marco in De draak onder de kerk:
“Ik schrijf een boek en ik begin vandaag.”
De stad waar Marco woont bestaat zevenhonderdvijftig jaar.
De SintJoriskerk is net zo oud als de stad. Haast niemand weet dat er een onderwereld is. Daar ligt het gebeente van Catharina en de schatten van de abt zijn er verborgen. En daar is ook de vergaderzaal van de Zevende Inwijding. Als je daar zomaar binnenkomt en wordt ontdekt, verdien je de doodstraf. Die wet is ook al zevenhonderdvijftig jaar oud. Maar hij bestaat nog steeds.
Het stampen van de slang
Oma zegt: “Volgens mij is het heidens. Dat kan nooit goed zijn.”
Maria zegt:” Je moet niet zo gemeen tegen me doen. Ik ben geen hond die je aan de ketting kunt leggen in een hok.”
Sander zegt: “Ze huilt een hele theedoek vol. Dat kind heeft geen gemakkelijk leven.”
Klaas zegt: “Grenzen zijn verzinsels van domme mensen. Onze Moeder Aarde trekt zich daar niets van aan en wij ook niet.”
Mama zegt: “De Aarde, onze Moeder, is een levend wezen en wij, de mensen die van haar afhankelijk zijn, gedragen ons als ongedierte op Haar huid. Steden zijn branderige korsten op Haar lichaam. Autowegen zijn jeukende striemen.”
Onno zegt: “Je wilt toch niet je hele leven in een ouwe zak blijven lopen?”
Brigitte zegt: “Wij moeten tot inkeer komen. We gaan een zware tijd tegemoet. Moeder Aarde zal offers vragen.
De agent zegt: “En nu de lijken- mannen, vrouwen, kinderen- Hoeveel van elk?”







